Door:

Tjadine Stheeman

Tjadine Stheeman

Ik heb moeten leren wat emoties zijn

Eerste roman van Nadav Vissel: Het Grote Niets
(geen foto's bij artikel)

Kringlid Nadav Vissel (55) debuteert met Het Grote Niets. Een tragikomische roman over Naff, een Joods jongetje dat ontdekt dat hij tot een bepaald volk behoort en dat er een belangrijk Ding is waar de volwassenen hem voor willen afschermen. De roman is deels gebaseerd op Nadavs eigen ervaringen. “Ik kon dit boek pas schrijven toen ik mijn eigen stem en de juiste toon had gevonden.”

Foto Mariel Kolmschot

Jouw hoofdpersoon Naff is van jongs af aan bezig met verhalen verzinnen, vertellen en opschrijven. Met die verhalen wil hij de mensen helpen, maar hij gebruikt ze ook om erachter te komen wie hij is en wat hem onderscheidt van de rest. Hoe komt het dat jij er zelf zo lang over deed om dit verhaal te vertellen?
“Ik heb heel veel aanzetten gemaakt, maar elke keer liep ik vast, omdat ik niet de goede stem voor de jonge hoofdpersoon kon vinden. Het verhaal wordt eigenlijk verteld door Naff als hij zeventien is. Dus de toon moest zowel passen bij een zeventienjarige als bij een jochie van zeven. Het kostte me veel tijd voordat ik de juiste stem had gevonden. En verder vond ik dat ik emotioneel nog moest rijpen. Dus dit boek had ik twintig jaar geleden niet in deze vorm kunnen schrijven.”

De kleine Naff wil graag de mensheid redden en voelt zich niet altijd begrepen. Heb jij zelf ook zo’n messiascomplex?
“Ja, dat heb ik zeker, ik wil de mensen graag helpen. Ik heb het idee dat ik iedereen alles uit kan leggen. Ik kan je van je rugpijn afhelpen als je wilt. Ik weet heel veel, maar ja, naar mij wordt niet geluisterd. Mijn vader was chirurg en als hij iets vertelde, lette iedereen altijd op en luisterde naar wat hij zei, haha.”

Behalve de mensheid redden wil Naff ook het ‘systeem achter het systeem’ ontdekken. Wil jij dat ook en zo ja, ben je al opgeschoten?
“Dat element is heel sterk autobiografisch. Mijn redacteuren wilden dat er liever uit hebben. Ze snapten de functie ervan niet, wat het toevoegt aan het boek. Ik wil graag de menselijke drijfveren begrijpen en waar ze vandaan komen. Vroeger deed ik alles op rationaliteit. En dat ging heel lang goed. Tot ik een burn-out kreeg. Ik heb echt moeten leren wat emoties zijn en hoe die je positief kunt inzetten. Ik had altijd een negatief beeld bij emoties, omdat ik die associeerde met uitbarstingen zoals mijn moeder die vroeger had. Later heb ik geleerd hoe je emoties en gevoelens in iets positiefs kunt transformeren. En dat heeft ook geholpen bij het schrijven.”

Heb jij literaire voorbeelden en was het moeilijk om die qua stijl niet te veel na te bootsen?
“Mijn grootste worsteling was vooral om niet álles wat ik las na te bootsen. Als ik bijvoorbeeld iets las van Renate Dorrestein schreef ik daarna meteen in haar stijl. Dan was ik weer dagen bezig om die stem uit mijn hoofd te krijgen. Tijdens het schrijven kan ik maar beter helemaal niets van anderen lezen. Er zijn een paar schrijvers die ik geweldig vind. Shalom Auslander, Jonathan Safran Foer, David Grossman, Primo Levi. Allemaal Joodse schrijvers, maar ook Jan Wolkers is een favoriet. Ik hou van zijn zinnelijkheid, zijn aardsheid.”

In je boek beschrijf je de Tweede Wereldoorlog –het Ding – als een berg waar de eerste en tweede generatie niet omheen kan, die als een obstakel voor ze oprijst. Wordt die berg steeds kleiner voor de volgende generaties?
“Ik denk dat die berg per generatie kleiner wordt, maar dat bepaalde handicaps misschien wel worden doorgegeven. Het Joodse cynisme, het gevoel dat je nergens thuishoort en elk moment opgepakt kan worden of verdreven kan worden van je woonplek. Dat komt toch door die eeuwenlange diaspora, al heeft mijn dochter dat gevoel al veel minder of helemaal niet. Ik heb van mijn ouders geleerd dat je niemand kunt vertrouwen. En dat is op zich een goede raad, maar het is ook fijn om onbekommerd iemand te kunnen vertrouwen. Dat heb ik echt moeten leren.”

Had je een bepaald lezerspubliek voor ogen tijdens het schrijven?
“Het gaat natuurlijk over een Joods jongetje maar het eigenlijke thema is ‘ik en de ander’ en dat is een universeel thema. Dus ik hoop dat het boek ook niet-Joodse lezers aanspreekt. Gerard Reve schrijft over zijn communistische jeugd in Betondorp en toch herkennen heel veel mensen zich daarin. Ook al zijn ze opgegroeid in Bloemendaal of zo. Mijn boek is een universele zoektocht naar wie je bent en hoe je je verhoudt tot de anderen. Dat is iets waar ik mijn hele leven al mee bezig ben. Mijn grote strijd is: autonomie hebben versus onderdeel zijn van het geheel. Je bent alleen, maar je wilt ook erkenning krijgen en begrepen worden. Als je zuiver autonoom bent, eindig je als zwerver op straat. Je moet de levensvorm zien te vinden die bij jou past, maar tegelijk ook binnen het geheel.”

Zie je jezelf nu als schrijver en komen er nog meerboeken of was dit een eenmalige exercitie?
“Als het aan mij ligt, komen er nog meer boeken. Ik heb al een idee voor een nieuwe roman, weer met Naff in de hoofdrol. Tot voor kort had ik eigenlijk geen rust. Ik woonde altijd samen met anderen en kon mijn eigen gedachten niet horen. Nu woon ik alweer een tijdje alleen en dat bevalt goed. Eenzaamheid is noodzakelijk voor het creatieve proces. Soms schrijf ik ook ‘s nachts als ik een inval krijg. Mijn laptop ligt naast mijn bed. Ik heb altijd het rare gevoel gehad dat ik eerst dit boek moest schrijven voordat ik met mijn leven kon beginnen. Dit boek is ook een soort legitimatie voor me. Nu zien mensen me eindelijk niet meer als iemand die maar wat aanrommelt.”

Via deze link kun je het boek bestellen bij Athenaeum Boekhandel.

 

Auteur: Nadav Vissel
Titel: Het Grote Niets
Uitgever: A.W. Bruna/Signatuur
Prijs: € 20

 

Ontdek het Restaurant
Feestje? Huur een zaal