Door:

Theo Temmink

Theo Temmink

Ook in een wrang verhaal moet humor’

Mensje van Keulen wint de J.M.A. Biesheuvelprijs 2021
(geen foto's bij artikel)

Schrijfster én Kringlid Mensje van Keulen is bekroond met de J.M.A. Biesheuvelprijs 2021 voor de beste Nederlandstalige korte-verhalenbundel. Volgens de jury is haar bundel Ik moet u echt iets zeggen ‘een nieuw kroonjuweel in het oeuvre van de koningin van het korte verhaal’. Een gesprek over Biesheuvel, over de kwelling die schrijven kan zijn en over wat belangrijker is: seks of humor?

Mensje van Keulen met haar kater Bosie.

Je was in tranen bij de uitreiking van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Waarom?
“Ik was met twee jongere mannen genomineerd. En toen we een voor een loftuitingen kregen, dacht ik dat het helemaal niet zo gek zou zijn als een van die twee de prijs zou krijgen. De jongere garde is aan de beurt, dat ging door me heen. Maar toen het juryrapport werd voorgelezen, merkte ik: dat lijkt op mij te slaan. En puur omdat ze ineens mijn naam noemden, sprongen er tranen in mijn ogen. Tegelijk vond ik het naar dat de anderen waren afgevallen.”

Kwam de emotie ook door je vriendschap met Maarten Biesheuvel?
“Had er wel een beetje mee te maken, ja. Toen ik hoorde dat mijn boek op de shortliststond, dacht ik meteen aan Eva Biesheuvel (Maartens vrouw; zij is in november 2018 overleden, red.). Toen de prijs werd bedacht, zo’n 6-7 jaar geleden, belde Eva mij en vroeg: heb jij geen bundel dit jaar? Maar mijn vorige bundel was toen drie jaar oud en je schrijft niet zomaar even een nieuwe.
Met Eva belde ik heel geregeld; zij regelde en organiseerde alles voor Maarten. Dus ik moest sterk aan haar denken en natuurlijk ook aan Maarten, die ik kort voor zijn dood nog had gezien. Maarten is in juli vorig jaar overleden en begin juli ben ik nog bij hem geweest, met Maarten ’t Hart. We kenden elkaar vanaf de jaren zeventig, toen we alle drie debuteerden. Dat schiep een zekere band, hoe uiteenlopend ons werk ook is.”

Hoe wás je vriendschap met Biesheuvel?
“Toen ik mijn dagboeken teruglas, viel me weer op hoe wisselvallig Maarten kon zijn. Door zijn angstaanvallen, door zijn gekte. Maar als hij, nou ja, moet ik nu zeggen ‘normaal’ was – want ik vind niet zo gauw iemand normaal, haha –, dan was hij een heel slim en geestig iemand. Die laatste jaren kon het heel goed zijn dat-ie in bed lag als je bij hem kwam en dat Eva alles over moest nemen. Het is wel gebeurd dat ik samen met Maarten lezingen zou geven en dat hij op het laatste moment zei: ‘Ik krijg een angstaanval, ik ga niet.’ Dan stond ik er alleen voor, terwijl ik ook de zenuwen had en dacht: ik zou het liefst thuis zijn. Soms belde hij me omdat hij even buiten Eva om iets bijzonders wilde zeggen, zoals: ‘Heb je schoenen met bandjes aan?’

Onbenullige dingen?
“Nee, dan was-ie wat hitsig of zo. Of hij was ineens heel sentimenteel. Een van de laatste gesprekken was toen hij me tegen de ochtend belde, het was een uur of zes, en hij ineens begon te zingen: ‘In-een-groen-groen-knollen-knollenland’. Toen had ik het er met hem nog over hoe erg ik dat liedje vond, met die jager die die haas doodschoot. Nou, dat vonden we allebei.”

Wat bewonder je in hem als schrijver? In zijn boeken?
“Zijn fantasie. Maarten was de fantast, die in de verbeelding duikt. Ik herlas gisteren nog zijn verhaal Tanker Cleaning. Echt een geweldig verhaal. Kun je het je nog herinneren, die smerigheid? En daar staat weer zo’n stukje in dat-ie als gymnasiumjongetje met zijn brilletje vond dat-ie bij de arbeiders moest zijn, maar toen hij bij de arbeiders was, wezen ze hem terug naar de schoolbanken. Heel tekenend.”

 Wat is het thema van de verhalen in je bundel Ik moet u echt iets zeggen, waarmee je de Biesheuvelprijs hebt gewonnen?
“O, die verhalen zijn zo uiteenlopend… Het eerste verhaal gaat over een man die een meisje achter de bar voor de mal houdt. Een ander verhaal gaat over een vrouw die in een zomerhuisje vier mannen ontvangt en die mannen mogen niets zeggen; ze wil er seks mee, omdat ze macht wil uitoefenen, want dan weet ze dat ze daarna de politiek in kan. Een ander verhaal gaat over een echtpaar dat in een hotel belandt dat een voormalig bordeel was, en de man verandert daardoor ineens van karakter. En het titelverhaal bijvoorbeeld gaat over een vrouw die een heel misdadige zoon heeft, die moorden heeft gepleegd; zij gaat naar een buurman in de hoop dat hij een brief kan schrijven aan een rechter om duidelijk te maken hoe zwaar haar zoon niet deugt. Ik zal het eind niet verklappen, maar elk verhaal in de bundel heeft een onverwachte ontknoping.”

Speelt seks een rol in de verhalen?
“Nou, het komt in sommige verhalen voor, maar ik vind het vervelend om seksscènes te beschrijven. Ik leg liever de fantasie bij de lezer. Ik heb vroeger weleens onder pseudoniem een paar pornoverhalen beschreven, ik kroop toen in de huidvan Engelse, adellijke dwerg en dan kan je ineens heel andere dingen gaanschrijven. Maar in deze verhalen gaat het me veel meer om de spanning, om dewraak van mensen, en om genoegdoening.”

En zit er veel humor in?
“Al schrijf je een heel ernstig verhaal, het kan niet zonder. Het mag wrang zijn, het mag heel wrang zijn, maar altijd met humor. Dat is ook zo bij Biesheuvel, en ook bij ’t Hart. Je kan nooit zonder humor.”

Ik vroeg ernaar, omdat je weleens gezegd hebt dat humor belangrijker is dan seks.
“O, dat vind ik nog steeds. Zeker. O ja, hoor, dat kun je tenminste nog lang met iemand volhouden, haha.”

In een lezersclubje op internet zag ik dat Ik moet u echt iets zeggen werd besproken. Een van de deelnemers vroeg zich af: “Heeft Mensje van Keulen een wreed mensbeeld?” En, heb je dat?
“Ik vind het ene moment mensen zo aandoenlijk en geestig en het andere moment vind ik ze inderdaad wel wreed en onbetrouwbaar. Als ik zie hoe ze met dieren omgaan dan vind ik mensen veelal wreed, ja. Zoals er gezeuld wordt met dieren, zoals er gemoord wordt. Dat vind ik een schandvlek op deze hele aardbol. Het heeft iets aangenaams als mensen die niet deugen, die wreed zijn, goed uit mijn pen komen en dan neem ik ze te grazen.
Ik trek me het massale dierenleed erg aan. Mensen zijn vaak zo kortzichtig: enerzijds zijn ze ontzettend lief voor huisdieren, anderzijds zijn ze volkomen blind voor de miljoenen dieren die gefokt en afgeslacht worden. Daar kan ik ellendig van worden, en dan kan ik mensen echt en masse haten.
Maar mensen kunnen me ook bekoren. Ze zijn vaak zo ontroerend en aardig. Moeilijk, hoor, omdat uit te leggen. Ik weet niet eens hoe ik zelf in elkaar zit. Dat wil ik niet eens weten trouwens. Sommige mensen zijn zo bezig met hun ‘identiteit’ en zo; dat zal me een zorg zijn.”

De jury noemde je schrijfstijl ‘niet bitter, maar venijnig’. Ze schreef ook dat vrouwen het heft in handen nemen in deze verhalen. Ben je het daar mee eens?
“Wel in veel verhalen. Er komen veel vrouwen in voor, ja. Soms zijn het volksvrouwen en soms zijn het vrouwen die een functie hebben op een ministerie – ze zijn heel verschillend. Vroeger werd me wel verweten dat ik ten faveure van mannen schreef, maar ik heb daar altijd mijn schouders over opgehaald. Ik kies het personage afhankelijk van waarover ik wil schrijven. Ik ga me niet afvragen of er een boodschap in moet of zo; ik wil gewoon een verhaal schrijven dat een zekere spanning heeft.”

Je zei ooit dat schrijven een kwelling is. Is dat nog steeds zo, ook nu je zoveel ervaring hebt?
“Ik heb toen gezegd: ‘Schrijven is een kwelling, niet schrijven is een grotere kwelling.’ En als het schrijven lukt, zijn dat de beste geluksmomenten, dat wel. Naast die met mijn kleinzoon. Maar ja, die is pas tien en ik schrijf al vijftig jaar. Ik krijg weleens het verzoek: ach, jij bent een routinier, kun je even een kortverhaal voor ons maken? Dan denk ik: je moest eens weten, een kort verhaal maken kan maanden kosten. Zo eenvoudig is het niet. Het voelt overigens bij elk boek alsof je opnieuw moet debuteren.”

Ben jij een onuitstaanbaar iemand wanneer je schrijft?
“Ik mopper wat af. Maar dat hoort niemand, want ik laat nooit iemand iets lezen. Dus ik moet echt in mijn eentje alles doorstaan. Nee, ook mijn vriend (Roel, ook Kringlid en vaste biljarter, red.) niet. Hij mag het pas lezen als het klaar is. Ook de uitgever weet tussendoor van niks. Ik wil niet dat iemand zich bemoeit met wat ik aan het schrijven ben. Ik weet niet eens zeker of ik het einde van het boek wel haal. Het is een beetje een lullige vergelijking, maar het is als een zwangerschap waarbij je niet steeds de foetus eruit rukt en aan iemand laat zien. Pas als het afgerond is mag het gelezen.”

Via deze link kun je het boek bestellen bij Athenaeum Boekhandel.

 

Auteur: Mensje van Keulen
Titel: Ik moet u echt iets zeggen
Uitgever: Atlas Contact
Prijs: € 19,99 

Ontdek het Restaurant
Feestje? Huur een zaal