Door:

Pieter Valk

Pieter Valk

De Bijlmer – onbekend en onterecht onbemind

‘Nergens zie ik een dergelijke diversiteit van culturen die zo goed met elkaar samenleven’
(geen foto's bij artikel)

Vier jaar geleden blikten enkele leden in het Kring Magazine terug op hun woontijd in de Bijlmer. De wijk bestond toen 50 jaar. Vanwege een door de BinnenKring Wonen georganiseerde wandeling door het BijlmerMuseum op 29 oktober aanstaande plaatsen we dit artikel opnieuw.

Het wispelturige imago van Zuidoost
Op 13 december 1966 sloeg Burgemeester van Hall de eerste paal voor het nieuwe uitbreidingsplan Amsterdam-Zuidoost de grond in. Twee jaar later trokken de eerste bewoners in hun nieuwe huis. Op Youtube is hier een geweldig polygoonfilmpje van te bekijken. Het voor die tijd vooruitstrevende en ambitieuze project moest de modelwijk voor de moderne mens worden. Ondanks dat slechts enkele buurten in Zuidoost de naam daadwerkelijk meekregen werd de hele buurt in de volksmond al snel ‘de Bijlmer’ of ‘Bijlmermeer’, naar de hier gelegen droogmalerij, genoemd. Binnen 10 jaar kwam de nieuwe buurt al in het nieuws vanwege de sociale problemen. Dat imago heeft de wijk sindsdien voorgoed achtervolgd. Pas nu, 50 jaar later, lijkt de Bijlmer eindelijk een beter imago te krijgen en doen zelfs de huizenprijzen op bijna Amsterdams niveau mee. Toch hebben er in de tussenliggende jaren ook mensen met veel plezier gewoond, geleefd en gewerkt; ook meerdere Kringleden. Enkelen van hen doen hun verhaal.

‘Nergens zie ik een dergelijke diversiteit van culturen die zo goed met elkaar samenleven’
‘Het was een hele gezellige tijd waaraan ik veel vrienden en een heleboel bijzondere herinneringen heb overgehouden’ Aan het woord is Jarti Notohadinegoro. Zij verhuisde in 1969 met haar man en pasgeboren baby naar Grubbehoeve 264, een appartement in een typische honingraatflat in de nog fonkelnieuwe Bijlmermeer. ‘We woonden daarvoor in de Sint Antoniesbreestraat. Precies rond die tijd werden de plannen gesmeed voor de metro. Het was er roerig met demonstraties en acties. Mijn man vroeg op een dag wat ik er van zou vinden om naar de Bijlmer te verhuizen. Dat leek me wel wat. We betaalden 300 gulden per maand. Dat was fors voor die tijd en verdiende ik nog niet eens. Mijn man werkte in de reclame, dus we konden het betalen. Ik was de scene in Amsterdam met dat alternatieve gedoe ook een beetje zat en had zin iets nieuws. De Bijlmer was spannend’.

Urban plan by Siegfried Nassuth (1922-2005), photo by Joost Evers / Anefo

Erfgoed
Ook Reinier Schat woonde in de flat Grubbehoeve. Hij verhuisde er in 2007 naar toe. ‘Ik zocht een huis en kon met mijn salaris alleen in Noord, Nieuw West en Zuidoost meteen terecht. Het werd Zuidoost. Grubbehoeve was inmiddels één van de weinige nog overgebleven honingraatflats in de buurt. De anderen waren afgebroken. Dat Grubbehoeve was blijven staan is te danken aaneen actiecommittee dat de architectonische waarde van de Bijlmer inzag. Er is nu zelfs op initiatief van een buurtbewoner een Bijlmermuseum in gevestigd. Het hele gebouw zou eigenlijk een monument moeten worden’. Ook het stadsbestuur en het stadsdeel zelf hebben steeds meer oog voor de architectonische waarde van de Bijlmer. David Pruijt, Kringlid en communicatieadviseur bij stadsdeel Zuidoost: We krijgen in oktober het eerste Gemeentelijk Monument in Zuidoost. Het Zandkasteel, het kantoor van de ING ontworpen door Ton Alberts en Max van Huut heeft de primeur. Maar we onderzoeken sowieso steeds vaker de mogelijkheden voor verbouwing en transformatie in plaats van tot sloop over te gaan. Eén van de voor de Bijlmer zo kenmerkende parkeergarages is bijvoorbeeld omgebouwd tot de culinaire hotspot World of Foods. De verschillende keukens zijn een mooie afspiegeling van de culturen die in de Bijlmer zijn vertegenwoordigd. Dat woningzoekendenden architectuur zijn gaan herwaarderen bewijst het project ‘Klusflat ‘ in flatgebouw Kleiburg.  Mensen konden hier casco appartementen kopen en zelf naar eigen smaak en wens indelen en afbouwen. Je kon één flat kopen maar ook meerdere flats naast of juist boven elkaar kopen. De animo was groot.’ Reinier knikt instemmend: ‘Ja, dat was een te gek project. Ik woonde toen nog in de Bijmer. Er zijn daar echt hele gave dingen ontstaan. De Bijlmer was toen overigens al echt een stuk opgeknapt.’

Maya Pejic, collectie IISG, Amsterdam

De Functionele Stad
Als Planoloog kijkt Reinier sowieso met andere ogen naar de wijk. ‘Het plan is ontstaan vanuit een heel nobel idee. Het eerste uitbreidingsplan lag al in de jaren ’30 op de ontwerptafel. In die tijd was de functionele stad het ideaal. Dit idee kwam voort uit het architectuurdebat binnen het CIAM, een soort manifest van architecten en stadplanners. Het duurde vanwege de oorlog langer tot de plannen werden uitgevoerd, en die waren inmiddels ook wat aangepast naar de tijd. De Bijlmer paste daar naadloos in. Als je de ontwikkeling van Amsterdam bekijkt, is het idee van een plan als de Bijlmer heel goed te begrijpen. Mensen zouden er gescheiden van het verkeer wonen in een groene, veilige omgeving. De huizenwaren ook vele malen luxer dan wat men in de stad was gewend. Dat beaamt ook Jarti: ‘Ik had een enorme flat, met 5 kamers. We hadden ineens een logeerkamer!’ Kringlid Frits Wiegel, die in 1970 naar een flat in Hoogoord verhuist, heeft een ander beeld bij de huizen. ‘De flats waren heel gehorig. Je hoorde geluid van bijna alle buren door de verwarmingsbuizen komen.'

Lokale initiatieven
Voor Jarti staat de tijd in de Bijlmer vooral in het teken van veel plezier. Daarbij heeft ze bijgedragen aan een stukje unieke Bijlmergeschiedenis. Samen met buurtbewoners richt ze café de Nachtegaal op, onderin de gemeenschappelijke ruimte van het flatgebouw. Het heeft er bijna 50jaar gezeten want is pas afgelopen september gesloten.
'Ik leerde in de Nachtegaal ook mijn tweede man van mijn leven kennen; Constant Meijer, popjournalist bij onder andere tijdschrift Oor. ’Het is dankzij deze ontmoeting dat enkele zeer bekende namen uit de muziekgeschiedenis de Bijlmer van dichtbij hebben meegemaakt en dat de pindasaus van Jarti tot ver buiten onze landsgrenzen is geroemd en geprezen. ‘Mijn man nam regelmatig bekende muzikanten en sterren mee naar huis. Brian Enovan, Roxy Music maar ook Todd Rundgren en de mannen van de Eagles; ze hebben allemaal bij me gegeten of gelogeerd. Glenn Frey en Bernie Leadon (Eaglesleden) vonden mijn pindasaus zo lekker dat ze vonden dat ik een restaurant in Los Angeles moest openen. De nachtegaal mag dan gesloten zijn, maar er zijn ook nieuwe initiatieven voor teruggekomen. David: ‘Zo zit er nu bijvoorbeeld een klooster in de flat Kleiburg. Kleiklooster heet het. Het is een gemengd klooster, of meer een Christelijke woongemeenschap. Maar ze hebben naar goede Kloosterlijke traditie wel een eigen bierbrouwerij! Die zit op bedrijventerrein Amstel III, naast de IKEA.'

Brian Eno bij Jartithuis / foto: Jarti Notohadinegoro

Verpaupering
Eind jaren ’70 staat de Bijlmer bekend als buurt met veel sociale problemen. Frits gaat nog iets verder: ‘Alle moorden in Amsterdam, of zelfs in Nederland in die tijd, werden in de Bijlmer gepleegd. En er werd geroofd en gevandaliseerd bij het leven. De poortjes van de garage bleken ook met eenijskastroostertje geopend te kunnen worden waardoor iedereen in alle openbare ruimtes kon komen.’ Ook Jarti merkt na verloop van tijd dat de buurt achteruit gaat. ‘Ik ben op een gegeven moment naar Gouden Leeuw, een flat in een iets betere buurt verhuisd, maar ook daar ging het uiteindelijk mis. Er werd ook steeds meer gestolen uit de bergingen en ook uit het café.'

Het was voor tegenstanders van het eerste uur het bewijs dat de Bijlmer niet had mogen worden gebouwd. Reinier: ‘Voordat er gebouwd werd, bestond er veel weerstand. Jan Schaefer bijvoorbeeld, toen nog geen wethouder maar al wel voorloper in diverse actiecommittées, vond dat er in de stad gerenoveerd en gebouwd moest worden, en niet ineens in die gekke polder zo ver van de stad.  Hij werd in 1978, na een tijdje in Den Haag te hebben rondgelopen, wethouder woningzaken in Amsterdam. In die tijd begon de Bijlmer te verpauperen. Maar of hij achteraf gelijk heeft gekregen dat de Bijlmer niet gebouwd had moeten worden is wat mij betreft niet het geval.’ Frits deelt die mening niet. Hij vind de Bijlmer mislukt. ‘Het is van die typische sociale eenzijdige architectuur geïnspireerd op linkse ideeën. Verkeer dat op een ander niveau voorbijgaat zodat kleuters door het groen naar school kunnen lopen; het zijn kinderlijke, linkse illusies. De scheiding tussen verkeer en wonen zorgde juist voor weinig sociale controle. Iets waar veel van de daar wonende immigranten dankbaar gebruik van maakten. Ik was net terug uit de VS toen ik er in 1970 ging wonen en kende een dergelijke verpaupering alleen van daar. Ik heb echt geen goed woord voor de Bijlmer over. Maar ik woonde erin een kritische fase van mijn leven. Dus wellicht ligt het wel meer aan mij dan aan de Bijlmer als plan.’ Reinier denkt dat meerdere factoren mee hebben gespeeld in die tijd: ‘Je kunt je vraagtekens zetten bij een project met een dergelijke eenzijdig gezicht. En ook bij de beslissing om de duizenden Surinamers die na de onafhankelijkheid van Suriname naar Amsterdam kwamen voor een groot deel allemaal daar te huisvesten. Maar ik denk dat de economie en het verjagen van junks uit de binnenstad een grotere, zo niet de hoofdrol hebben gespeeld.

Cultuur
Toen Jarti en Frits in respectievelijk 1969 en 1971 in de Bijlmer kwamen wonen was het nog een ‘witte boel’. De bewoners uit andere culturen die sinds halverwege de jaren ’70 naar de Bijlmer trokken hebben echter voorgoed hun stempel op de buurt gedrukt. Ook op het gebied van het aanbod kunst en cultuur. Zo is veel van de door Amsterdamse jongeren gebezigde straattaal ontstaan in de Bijlmer. Imagine IC, een kennisplatform  en archief voor immaterieel erfgoed in de OBA Zuidoost, heeft daar zelfs nog een tentoonstelling aan gewijd. Reinier: ‘Vroeger was de Bijlmer ook de buurt waar je de nieuwste zwarte muziek hoorde. Wat uit Amerika kwam, werd eerst in de Bijlmer gedraaid. En ik denk dat er vanwege de lage huren nu ook een nieuwe kunstscene aan het ontstaan is met een eigenidentiteit. Een voorbeeld is het werk van afgestudeerde studenten van de Rietveld Academie dat in Augustus en September in de Kring hing. Dat was grotendeels in de Bijlmer gemaakt, ook vaak door studenten van buiten Nederland’.

Maar ook op het gebied van cultuur van grote naam doet de Bijlmer steeds minder onder voor andere stadsdelen. De Nationale Opera heeft in het bedrijventerrein bij de IKEA een opslagruimte voor rekwisieten dat daardoor steeds meer een archief aan het worden is. Onlangs dansten ze een voorstelling op die plek. Ook het Bijlmerparktheater en natuurlijk het Kwakufestival trekt mensen van buiten het stadsdeel. Maar de echte erkenning komt voor David met het feit dat de Uitmarkt er volgend jaar plaatsvindt. David: ‘Ik mag er helaas nog niet alles over kwijt, maar tegen de tijd dat dit nummer bij de leden op de mat valt, hebben we het nieuws bekend gemaakt.’

Cohesie
Op 4 oktober stort een vrachtvliegtuig van de Israëlische maatschappij El-Al neer op twee flats in de Bijlmer.  Dit jaar is dat 25 jaar geleden. Alle ogen waren ineens op dit stuk Amsterdam gericht. Wat echt opvalt zijn de cohesie en het gezamenlijke, gedeelde verdriet tussen de bewoners van alle achtergronden.  Iedereen rouwt om ‘hun’ Bijlmer. Zowel voor de bewoners, als voor de gemeente en het Stadsdeel betekent deze tragische gebeurtenis een keerpunt. Waar eerst nog weerstand bestond tegen grootscheepse renovatie en sloop was die na de ramp snel verdwenen; er moest worden geïnvesteerd in de Bijlmer. Het zet de eerste grootschalige verbeteringen aan de buurt in werking die bijdragen aan een totale metamorfose. David ziet die destijds zo opvallende cohesie nog steeds. ‘Ik heb in veel delen van de stad gewerkt, maar nergens zie ik een dergelijke diversiteit van culturen die zo goed met elkaar samenleven. Ook een spoedopvang in 2015 van 500vluchtelingen midden in de Bijlmer ging zonder enige weerstang goed. Sterker nog, mensen brachten spullen voor de vluchtelingen en boden hulp aan. Ik vind dat mooi, en denk dat dit ook de reden is dat de Bijlmer uiteindelijk wél werkt.’

De BinnenKring Wonen organiseert op vrijdag 29 oktober een wandeling door het BijlmerMuseum, het oudste stukje Bijlmer dat inmiddels beschermd stadsgezicht is. Hier staat meer informatie.

Ontdek het Restaurant
Feestje? Huur een zaal