Door:

Marjoleine Oppenheim

Marjoleine Oppenheim

De garçon van dienst

COLUMN
(geen foto's bij artikel)

We hadden een tafeltje gereserveerd, of eigenlijk: ik had ab-so-luut een tafeltje gereserveerd. ‘Heb je echt goed gekeken?’ vroeg ik. De dienstdoende met de droevige blik zuchtte. Hij kende ze, de mensen die stellig beweerden dat ze gebeld hadden om te reserveren en zich door leeftijdsgebonden alzheimer light in de dag vergisten. Maar ik wist het zéker, het was echt zo. Hij raakte gespannen, zag ik, beter nu even een stapje naar achteren en een mildere toon. Ik herinnerde me net op tijd dat er geruchten gingen over woedeaanvallen, messen gooien en stoelen smijten.
Ik zweeg en hoopte dat we niet gênant moesten aftaaien.
Hij keek nog een keer op het lijstje en schudde zijn hoofd, maakte mismoedig een gebaar richting de vier gevreesd ongemakkelijke houten krukken aan de bar.
‘Er is iets misgegaan met de reservering, denk ik, maar ik heb nu geen tijd om er verder over te praten; ik kan nu toch niets meer schuiven, we zitten vol. Ik kan jullie de bar aanbieden, maar - hij mat me met een korte blik van onder tot boven - dat zal je wel niet willen?’ Hij had een uiterst stresspunt bereikt zag ik. Er stonden achter ons alweer nieuwe mensen te wachten.
‘Laten we dat dan maar doen’, zei ik. Aan de bar op die kutkrukken, rug naar de zaal, blik richting keuken. De vriendin met wie ik afgesproken had vond het best. Die was murw van een dag vergaderen met drammerige mensen. We hesen ons op de Thonets met opstaand randje aan de zitting. Verbeeldde ik het me of zag ik hier en daar een besmuikte blik van de gelukkigen aan tafel? Dat randje op die krukken is namelijk legendarisch berucht: zo’n randje waar je een vol gevoel van in je blaas krijgt midden in een leuk gesprek, maar eenmaal op de wc niets te plassen hebt; zo’n randje waarbij je, weer thuis, na het uittrekken van een en ander ontdekt dat je een striemende markering op de onderkant van je billen hebt, waardoor je pas na een week de grote alles verhullende stretchonderbroek van de Hema kunt vervangen voor een fluffier modelletje.
‘Nee, ik wil even alleen in de badkamer, schat, ik kom zo.’ Zo’n rand.
We bestelden een glaasje Viognier. Ondertussen plaatste de garçon van dienst efficiënt het schoteltje brood, de cholesterol verlagende olijfolie, peper en zout, de glazen, een wit stoffen servet en het vintage plate zilver bestek.
Hij had een prettig professionele uitstraling. Geen schattig klungelende theaterdebutant of goedbedoelende student met bijbaan. Deze kon je vergeten, na je bestelling kwam het vanzelf en op tijd goed. Er ging een sympathieke energie van hem uit. De vriendin zag me goedkeurend kijken nadat hij de bestelling had opgenomen en de keuken in verdween. En passant had hij ons van de dagschotel naar een voorgerecht en hoofdgerecht geloosd.
De vriendin vertelde dat de restaurantomzet sinds zijn komst significant scheen te zijn gestegen. Ik kon me er van alles bij voorstellen. In een vorig leven heb ik me jarenlang om omzetten bekommerd. Een discreet alles overziend aardig mens met oog voor de noden van een restaurant is goud waard; in een stad als Parijs bijvoorbeeld, sinds het ontstaan van de brasserie begin twintigste eeuw, worden ze in de watten gelegd en uitzonderlijk goed betaald. Na afloop van hun werkend bestaan mogen ze zelfs kandidaten voor opvolging voordragen en een overdrachtsfee rekenen - in zaken als Les Deux Magôts schijnt dat meer dan honderdduizend euro te zijn.
‘En’, zei ze, ‘er zijn meerdere Kringvrouwen geïnteresseerd, ze maken avances.’
Ik keek nog eens: hij zag er, op de keper beschouwd, aantrekkelijker uit dan menig overrijpe, intellectuele Kringman in uitgezakt linnen of ribfluwelen jasje vanwege te veel sleutels en te weinig stomerij, én beter dan Kringmannen van zekere leeftijd met bijgehouden buikspieren, superieur vorsende blik en tweewekelijkse modische knipbeurt voor grijs leuk jongensachtig haar plus ‘zal ik de wenkbrauwen ook even?’-behandeling. Ik kon me voorstellen dat je met deze op het oog bescheiden man met inlevingsvermogen bij iedere gelegenheid aan kon komen zetten. Een man die jou het hoogste woord gunt zonder verveeld te kijken, omdat hij dat verhaal nu voor de tachtigste keer hoort, attent je glas bijvult en je ook op tijd meetroont terug naar je fiets voordat je ironie de overhand krijgt of mensen verschrikt niet meer reageren op je extreem linkse communedenkbeelden met alles voor elkaar en samen staan we sterk en ‘wat heb jij eigenlijk gedaan voor een ander de laatste jaren?’-koudegrondfilosofie.
Daar kwam het voorgerecht. We zwegen even. ‘Zo… Als jullie nog extra brood willen ,laat het me even weten.’ De Professional plaatste de borden precies aantrekkelijk voor ons neer, schonk de waterglazen bij en liep vederlicht naar een volgend tafeltje.
Om me heen kijkend zag ik af en toe een sluikse blik zijn kant op gaan, de Kringvrouwenweten kwaliteit te herkennen en te waarderen.
‘Nee, die kun je beter alleen laten dansen’, hoorde ik achter me een onbekende vrouw zeggen, op weg naar het afrekenmoment aan de bar.
Ze knikte kort richting een op het oog aardige man. ‘Die heeft een beetje stalkerig gedrag als je na een tijdje afhaakt.’
‘Leuke billen’, hoorde ik links van me. Er werd goedkeurend geneuried aan de ledentafel.
De Professional zoefde voorbij, een immens gevuld dienblad vol spullen hoog boven zijn hoofd. Ah, daar kwam de adequate Kringdirecteur even binnen kijken. Ze had blosjes op haar wangen en stralende ogen. Bij haar een leenhondje. ‘Zo heerlijk buiten’, zei ze, ‘de narcissen en de krokussen staan in bloei.’ Ze had iets lichts aan en ze rook naar lente. Eigenlijk rook alles naar lente op De Kring.

Ontdek het Restaurant
Feestje? Huur een zaal