Door:

Annemarie Oster

Annemarie Oster

Een liefdespaar dat tot de verbeelding spreekt

De Muur
(geen foto's bij artikel)

Hoera, weer een nieuwe aflevering van ‘De Muur’! In deze rubriek vertellen Kringleden over hun kunstverzameling. Annemarie Oster voert de gesprekken, Hans Brinkman maakt de foto’s. Deze keer zijn ze op bezoek bij Inger Kolff.

Schilderijen van Anton Martineau aan de muur. Links het liefdespaar.

Inger Kolff, voorheen art director/styliste en costumière in filmland, de laatste 20 jaar beeldend kunstenares, woont met haar man aan de Herengracht. (Met aan de achterkant uitzicht op het huis aan het Singel waarin de Van Heijningetjes jarenlang bivakkeerden.)
Zoals gebruikelijk in grachtenpanden is de lift niet groot maar klein, zodat Hans Brinkman en ik, al stijgend, bijna op elkaar worden geworpen. Voor een dergelijke intimiteit is het niet alleen te vroeg op de dag, maar Hans heeft een vriendin en ik ben nog maar net weduwe. Bovendien moeten we aan het werk.
In tegenstelling tot de afmeting van het liftje is het appartement dat zich even later aan ons openbaart, bijna shockerend uitgestrekt. En dat op één etage die bovendien, zo vermeldt de gastvrouw – ‘Tsja, 1987, andere tijden hè…’ -, maar twee ton heeft gekost!
‘Mensen wilden hier niet eens wonen. Er was veel leegstand. Kantoren, ateliers, werkruimtes… Ik weet nog (lachend bij de herinnering) dat ik, omdat hier beneden zoveel nauwe ingangen voor souterrains, trapjes en smalle stoepjes zijn, mijn dochters hier binnen heb leren fietsen. Een grote cirkel gemaakt, de meubels verplaatst. En huppekee. Ze zijn nu 30 en 28.‘
Nadat ik mijn bewondering heb uitgesproken over de indeling, aankleding en stoffering,  rijst de vraag of de verbouwing misschien iets meer heeft gekost dan die twee ton: ‘Een veelvoud daarvan!’  
Het appartement blijkt in vroeger jaren deel uitgemaakt te hebben van een school; misschien was hier de gymnastiekzaal. Ringen, een bok en wandrekken doemen op in mijn geestesoog. Maar na het bericht dat het daarna het kantoor van Excerpta Medica/Elsevier was, maken de buitelende kinderen plaats voor het bebrilde muizenhoofdje van Pierre Vinken (chirurg/topman van Elsevier/Reed).
Inger: ‘Het was hier een wirwar van smalle gangen met kleine kantoortjes. Torenhoge dossiers met wetenschappelijke artikelen. Hier stond een van de eerste computers van Nederland, zo groot dat er beton voor werd gestort, wantalles moest trilvrij zijn. Dat beton was niet weg te krijgen. Ons bed staat nog steeds op een verhoging.’
Ook Elseviers kantoor verdwijnt uit beeld, want in de verte ontdek ik een gigantische tafel. ‘In de Coronatijd kon iedereen hier met gepaste afstand aan zitten.’
Nu schuiven we met z’n drietjes aan. Maar de lunch die staat uitgestald is voor Afke’s tiental.
De gastvrouw verklapt dat zij deze geste heeft ‘afgekeken’ van Paul de Lussanet… Hans Brinkman (ongelovig): ‘Van Pau-aul?’
Wijselijk gaat mevrouw Kolff niet op deze interventie in: ‘Ja, dat deed hij om kennis te maken met mensen met wie hij ging werken. Paul maakte een film met Matthijs: Alle dagen feest. Ik was door Matthijs voorgesteld voor kostuums en art direction.  En toen nodigde Paul me uit op een lunch meteen glas wijn. Ontzettend leuk om een crewlid op die manier in te wijden. Natuurlijk heb je als vormgever, naast de regisseur, de cameraman en de producent, een belangrijke functie.’

Onze razende reporter, links, aan de lunch met Inger Kolff. Rechts aan de muur hangt werk van Inger.

Hoe kwam je in die wereld terecht?
‘Als meisje wist ik niet precies wat ik wilde. Ik fotografeerde veel en was gek op films, maar ik was ook altijd aan het tekenen.  Het was heel moeilijk om ergens te worden aangenomen. Ieder jaar wilden er honderden, zo niet duizenden naar de Filmacademie, dus toen heb ik voor alle zekerheid toelatingsexamen gedaan voor de Rietveld Academie, de Filmacademie en de foto-opleiding in Breda: en tot mijn verbazing ben ik voor alle drie geslaagd. Dus toen wist ik het nóg niet.’

Een luxe-keuze!
‘Maar ook ingewikkeld. Op die leeftijd weet je niet waar je talentenliggen. Uiteindelijk heb ik gekozen voor de Filmacademie en ben ik afgestudeerd als documentairemaker. Maar ik droeg in die tijd heel opvallende kleren en, al woonde ik op een kamer, die was wel bijzonder ingericht, dus mijn klasgenoten bombardeerden mij al zo’n beetje tot vormgever voor hun speelfilms. En dat vak heb ik me, omdat ik daar ook later veel voor werd gevraagd, eigen gemaakt. Ik behoorde tot de stal van Matthijs van Heijningen’ (daar is ie weer), ‘nou ja, van veel regisseurs, Frans Weisz, Nouchka van Brakel, Theo van Gogh, Leon de Winter.’ (De laatsten bien etonnés, van wie één postuum, de se trouver ensemble!)

‘Soms was ik tegelijkertijd vormgever en kostuumontwerpster. Heerlijk. Je kon de kleuren op elkaar afstemmen. En het innerlijk van een karakter uit het scenario veruiterlijken. Het zegt heel veel in wat voor auto iemand rijdt, zich kleedt, hoe een huis is ingericht. Dat vormt allemaal bij elkaar een beeld van het personage, heeft zeggingskracht. Ook geeft bijvoorbeeld kleding de acteurszekerheid en houvast in hun rol.

Het was natuurlijk een prachtige tijd met al die feestelijke premières in Tuschinski, maar na vijftien jaar had ik het wel gezien. Ik was soms teleurgesteld over de kwaliteit van de films. Je zette je in voor duizend procent. En dan werd je geconfronteerd met een te haastige montage of een tegenvallende acteur.’

Of je verstond er geen pest van…
‘Hahaha! Ik ben vooral visueel ingesteld. En daarom heb ik me op een gegeven moment toegelegd op het tekenen en schilderen. Ik ging schilderen bij Peter Schenk en ben alsnog naar de Rietveld Academie gegaan.’

Overal  hier in huis hangt, tot in de riante wc aan toe…
‘Ja, ook al zo groot, een soort kabinet…’

Ik heb er bijna een uur doorgebracht (hilariteit) en gezien dat ook daar veel eigen werk is vertegenwoordigd.
‘Ik hang dingen van mezelf op waar ik geen afstand van kan of wil doen en meng het met werk van andere en bevriende kunstenaars en kunstenaressen. Een van mijn favorieten is dat grote kleurrijke werk, heel klassiek boven de bank. Van Marcel Pinas, een Surinaamse kunstenaar. Hem heb ik leren kennen op Ibiza, waar hij een tentoonstelling had bij de galerie waar ik ook aan verbonden was. In Marcels schilderijen herkende ik dankzij mijn reizen naar Mali en Senegal de symbolen van schilden, de kleur van de aarde, modder. Het ademt de sfeer van Afrika. Marcel is nu net aangekocht door het Stedelijk, fantastisch natuurlijk!’

Inger geeft uitleg bij het werk van Marcel Pinas.

Van wie zijn die twee andere grote schilderijen, met die roestige, bruinetinten en planten? Vooral die met dat liefdespaar spreekt tot de verbeelding:een eh, zwarte, rijzige meneer en een eh, witte mevrouw met hangborsten.
‘Van Anton Martineau. Ja, die was best meedogenloos in zijn weergave van mensen. Een geweldige schilder, leeft helaas niet meer. Ik heb drie grote doeken van hem verworven. Toen hij zelf ouder was, heeft hij veel oudere mensen geschilderd.’

Zoals Aat Veldhoen en Lucien Freud.
Inger, toegeeflijk: ‘Ja, precies.’

Weer over jouw werk: dat schilderij daar in de hoek dat qua kleur en sfeerzo prachtig bij die gedroogde bloemen staat...
Blowing in the wind. Het is puur intuïtief geschilderd. Ik maak van tevoren nooit een palet, heb geen vooropgezet idee wat ik ga doen. Dit werk is geschilderd op ongeprepareerd linnen, juteachtig. Warm bruin-rozig. Met houtskool en acryl.’

Werk van Inger Kolff: portret van Helen Le Roy (oud-Kringlid).

Ooit was die inkttekening, waarvan er hier twee staan, met die zachte vrouwenogen, een Kringprent, dus ook het omslag van het Kringblad (toen nog niet digitaal!).
‘Ja, Close-up. Ik werk erg graag met inkt. En omdat ik veel water gebruik, heet dat ’gewassen inkt’.’

Vandaar die melancholieke blik.
‘Door deze prent ben ik op het idee gekomen meerdere edities te maken van mijn werk, maar in een beperkte oplage; dat je het toch een beetje exclusief houdt.’

Dus niet alle Kringleden hebben die prent. Is er nog een over?
‘Ja, kost maar 200 euro. Een prikkie want bij De Kring hebben ze een vastgestelde prijs.’

Gelukkig heeft Hans Brinkman een autootje, zodat de editie van Ingers gewassen-inkttekening mee kan in de achterbak. Straks kijken die mooie ogen mij aan. Vanaf míjn muur. Voor een prikkie.

Ontdek het Restaurant
Feestje? Huur een zaal