Door:

Theo Temmink

Theo Temmink

Herenclub Deftig Links: ‘Absolute luxe in het leven’

(geen foto's bij artikel)

In de boezem van De Kring ontstond ooit de Herenclub Deftig Links, onder de bezielende leiding van Harry Mulisch en Hans van Mierlo. Een terugblik met Jeroen Henneman, lid van de sociëteit én de club.

De Herenclub, in 1995 geschilderd door Marike Bok. Vooraan Mulisch en Van Mierlo. Rechtsboven Jeroen Henneman.

De Kring wordt genoemd in de recente biografie van Hans van Mierlo, getiteld: Een wonderbaarlijk politicus. Hans van Mierlo, 1931-2010, geschreven door journalist en historicus Hubert Smeets. Een citaat uit dit boek:
     “Als het even kan, zien Van Mierlo en Mulisch elkaar op maandagavond      bij een gezelschap dat zich Herenclub Deftig Links noemt. Medio jaren      zeventig had Mulisch het initiatief genomen om wekelijks te gaan eten      met een groepje vaste kompanen uit kunstenaarssociëteit De Kring. Als      ze elkaar in De Kring bij het Leidseplein steeds toevallig zagen – Mulisch      kwam er meestal klokslag middernacht binnen –waarom dan niet een      vaste afspraak maken?”
En vervolgens:
     “Aanvankelijk dineerde de Herenclub in het sterrenrestaurant De       Boerderij, vlak achter De Kring op een hoek van het Leidseplein. Na wat       omzwervingen langs andere restaurants in de stad vond de club van       deftig linkse mannen uiteindelijk een vaste tafel in bistro Le Garage van       televisie kok Joop Braakhekke in Oud-Zuid.”

Te onrustig?

Waarom koos de Herenclub eigenlijk niet voor het Kringrestaurant als locatie voor hun wekelijkse diners? Per slot waren flink wat heren ook lid van onze sociëteit (o.a. Harry Mulisch, Hans van Mierlo, Cees Nooteboom, Jeroen Henneman, Hans Gruyters, Han Lammers, Reinbert de Leeuw).
Ik vraag het Jeroen Henneman (78), schilder, beeldhouwer en theater- en televisiemaker, en al vele jaren lid van De Kring. Henneman: “Waarom we niet in De Kring bleven? Dat weet ik eigenlijk niet. Misschien was het te onrustig in De Kring? Of kon je er om zes uur nog niet eten?”
Wel onthult Jeroen Henneman dat aanvankelijk sociëteit Arti et Amicitiae aan het Rokin als locatie was uitgekozen. “We wilden daar een vaste tafel aan de Rokin-kant, bij het raam. Maar er was een Arti-lid die dat niet leuk vond; die ging steeds aan die tafel zitten als wij kwamen. En Arti wilde niet ingrijpen, dus toen zijn we ergens anders naartoe gegaan.” Via De Boerderij kwam de Herenclub dus in Le Garage terecht. “Harry regelde die deals met de restaurants. Hij stelde gewoon eisen waar ze aan moesten voldoen.”

 Stevige ballotage

De Herenclub zag zichzelf als ‘een club van politiek geëngageerde cultuurdragers’, die allemaal op hun terrein invloedrijk waren in Nederland. Je kwam er niet zomaar bij. Hubert Smeets schrijft daarover:
     “Als het om de disgenoten gaat, zijn de mannen kieskeurig.       Kandidaat-clubleden worden onderworpen aan een stevige ballotage.             Mulisch heeft het laatste woord. Hans van Mierlo ‘mag het landbesturen,       niet de club’, is zijn uitgangspunt.”

Hoe is Jeroen Henneman erbij gekomen? Henneman: “Ik at een keer bij Cees Nooteboom thuis. Hans van Mierlo was daar ook. Na afloop liepen we samen naar huis en nodigde Hans mij uit om bij hem thuis nog even iets te drinken. Ik ben daar nog lang gebleven, ben er zelfs blijven slapen – en daarna waren wij vrienden voor het leven! Hans heeft vervolgens bij Harry voorgesteld mij lid van de club te maken en Harry was akkoord. Zo ging dat.”

In de Van Mierlo-biografie staan prachtige beschrijvingen van de omgang aan tafel tussen de heren. Over hoe soms de messen werden geslepen, over de rangorde en over hoe ze elkaar de maat nemen, ook achter elkaars rug om. Een prachtige observatie van Smeets over de onderlinge verhoudingen, met name over de twee kopstukken:
      “Van Mierlo stelt vragen, spreekt in vraagtekens. Mulisch poneert        stellingen, spreekt in uitroeptekens.”

Rolls Royce

Vraag aan Jeroen Henneman: is er ooit overwogen vrouwen toe te laten? “Nee, daar hadden we gewoon geen zin in. Af en toe at er een vrouw mee, dat wel, maar dat was eenmalig. We waren mannen onder elkaar.”
De Herenclub bestaat nog, al heeft de man met de zeis ook hier flink huisgehouden. Nog steeds kwamen 6 à 7 mannen op maandagavond in Le Garage eten en praten –tot aan de coronacrisis. Jeroen Henneman vermoedt dat ze elkaar gewoon weer zullen treffen als het land open gaat.
Hoe kijkt hij terug op al die jaren met de Herenclub? Jeroen Henneman: “De een heeft een Rolls Royce, de ander een duur jacht – voor mij is de Herenclub een absolute luxe in het leven.”

Ontdek het Restaurant
Feestje? Huur een zaal