Door:

Annemarie Oster

Annemarie Oster

‘Ik wil het hebben, zei ik’

(geen foto's bij artikel)

En wéér een nieuwe rubriek: ‘De Muur’. Over kunst. Kunst hangt nu eenmaal vaak aan de muur, soms ligt ze of staat ze. Annemarie Oster voert een tweegesprek met Kringleden over hun kunstverzameling. Hans Brinkman maakt de foto’s. Eerste aflevering: Jeron Halewijn.

Jeron met voor zich het werk van Gijs Assmann: een gegoten glazen boek dat open ligt, met daarop een gestileerd doodshoofd. Foto: Hans Brinkman

Het voordeel van een interview met Jeron Halewijn is dat onze ex-directeur iedere vraag die hem wordt gesteld bereidwillig, uitgebreid en gedetailleerd beantwoordt. Tegelijkertijd is dat een nadeel. Want krijg ik in dit artikel wel genoeg ruimte tot mijn beschikking om de welbespraakte duizendpoot tot zijn recht te laten komen?
Hans Brinkman, ex-galeriehouder/kunstkenner/fotograaf, en ik worden met open armen ontvangen. De vrouw des huizes, Saskia, verwijdert zich discreet. Razendsnel bereidt Jeron, man van de wereld en van alle markten thuis, een professioneel kopje espresso.
Gezeten aan een grote tafel in de lichte, sober maar smaakvol ingerichte ruimte ontwaar ik, her en der verspreid, Kunst met een grote K. Dat treft, want Kunst is het uitgangspunt van dit tweegesprek.
Soms dreigt een driegesprek. Dan probeert Hans een duit in het zakje te doen. Maar al heeft hij meer verstand van beeldende kunst dan ik, er is maar één kapitein op het schip en hij dient zich te beperken tot de fotoshoot. Waarvan hierbij het prachtresultaat.
Jeron: “Hier op tafel staat een werk van Gijs Assmann, een keramist die ook jarenlang op de Rietveld Academie les heeft gegeven. Een gegoten glazen boek dat open ligt met daarop een gestileerd doodshoofd met, alsof er iets uit verdwijnt, een pluim. Het heet een vanitas, is als het ware de geest die uit het hoofd opstijgt aan het einde van het leven. Ik ben geen kunsthistoricus maar het past in een traditie. Met name in de zeventiende eeuw werden schilderijen gemaakt die te maken hadden met ijdelheid der ijdelheden maar ook met de dood.” 

Gezellig.
J: (onverstoorbaar) “Dat werd gepersonifieerd door een gedoofde kaars, een verwelkte bloem, een schedel…”

Spreekt dat onderwerp jou aan?
J: (koeltjes) “Nee, niet speciaal, ik vond dit werk erg mooi. Daarna heb ik nog twee vanitassen van Assmann gekocht. Op het dressoir staat een clowns-vanitas die een grote klap op zijn hoofd krijgt; het bloedspuit ervan af…”

Gatverdamme.
J. ( onverdroten) “Hij heeft ook een clownsneus. Dit werk is, afgezien van dat toegevoegde touwtje en die neus, helemáál keramisch. En weer hetzelfde idee, ook weer een openstaand boek met een gestileerde schedel. En die hamer die refereert aan het circus waar clowns op hun kop worden gemept.”

 Mag ik vragenhoeveel zoiets kost?
“Ik denk dat deze ongeveer tweeënhalfduizend zijn.”

 

Achter Annemarie Oster hangt het amaryllis-schilderij van Erik Andriesse. Jeron: ‘Ik was stupéfait. ’Foto: Hans Brinkman

Jeetje…(ik moet even slikken, maar verman me). Dat schilderij van die rode reuzen-Amaryllis spreekt mij meer aan.
“Ja, maar toch passen de werken goed bij elkaar. Die Amaryllis is van Erik Andriesse, een vriend, allang overleden. Hij zat op Ateliers, zo’n post-kunstacademie-instituut waar gerenommeerde kunstenaars les gaven. In hetzelfde jaar als Kees de Goede. Van Kees is dat grote schilderij en het kleine werkje met die kleuren daarnaast. Ook Marlene Dumas zat er toen. Zij en Erik hadden een gezamenlijk atelier op de Prinsengracht vlak bij de bibliotheek. Erg leuk, ik kwam daar vaak.
Op een tentoonstelling van Erik in het Fodor zag ik dit werk hangen, ik was stupéfait. ‘Ik wil het hebben’, zei ik. En hij: ‘Dan moet je met mijn broer Paul praten.’ Maar Paul Andriesse had als beginnende galeriehouder ontzettend snobistische trekjes. Hij keek mij aan alsof ik niets voorstelde. ‘Ik moet nog zien of ik het aan je verkoop…’ Later heb ik begrepen dat, wil je meetellen als galeriehouder, je je niet met iedereen encanailleert. Toen heeft Erik het zelf voor me geregeld. En uiteindelijk heb ik in zijn atelier nog een werkje gekocht, kijk, daar op de grond. Dat is het rode hart van een papaver.”

Erg mooi bij die amaryllis.
J. (tevreden) “Ja.”

Je reist veel. Neem je ook kunst mee uit andere landen?
“Nee, wel gebruiksvoorwerpen. Er staat daar een theepot uit Azerbeidzjan.”

Ik herken de weelderige, veelkleurige pot van de middag toen Jeron in zijn oneindige gastvrijheid een blufpokerbijeenkomst had georganiseerd. Afgezien van kunstverzamelaar, horecaman en fietser, is onze gastheer een gewiekst pokeraar. DV kunnen wij binnenkort weer op De Kring terecht. Daarover gesproken, wanneer nam hij afscheid als directeur?
“Drie jaar geleden.”

Dit brengt mij op alle coladoppenhondjes die je hebt gemaakt. Hoeveel?
“320. Toen ik in augustus 2017 had besloten mijn ontslag te nemen, dacht ik: hoe ga ik na De Kring invulling aan mijn leven geven? Ik moest iets verzinnen wat mijn gedachten op oneindig zette. In elk hondje zitten 70 doppen en 4 ijzerdraadjes van een bepaalde lengte. Elk dopje moet een gaatje krijgen. Dan rijg je ze aan elkaar en maakt er een hondje van. Ik spaarde doppen die de schoonmaker van De Kring bij elkaar had geveegd: hup, in een vuilniszak. Ik waste ze, droogde ze en sloeg dan in elk dopje een gat. Nou, 70 x 320, dan zit je op ruim 20.000 doppen. Zen! Soms was ik een kwartiertje bezig, soms drie uur achter elkaar: tik boem, tik boem, tik boem. Hier in de erker. Laten we zeggen dat ik er vier in een uur maakte, dus 320 gedeeld door vier: 80 tot 90uur, denk ik. Valt eigenlijk best wel mee.
In die Kringtijd heb ik heel veel gekregen. Het personeel was ongelooflijk loyaal, deed echt heel veel voor De Kring, maar ook voor mij, omdat ik zei dat het moest gebeuren (lacht). En bij mijn afscheid wilde ik ook alle leden een cadeautje geven.
Ik merk dat ik steeds meer een gezonde afstand neem tot de dagelijkse gang van zaken op De Kring. Daar heeft covid ook toe bijgedragen. Dat neemt niet weg dat ik me nog steeds heel erg betrokken voel. Ik hoop echt dat we deze periode overleven. (stralend) Ik vind het zalig om geen verantwoordelijkheid meer te hebben. En ik kom mijn tijd echt wel door. Mede dankzij Saskia. Ik lees me suf, fiets 1x per jaar zeven weken. Heerlijk.”

Jeron, dank voor dit indringende gesprek.

 

Ontdek het Restaurant
Feestje? Huur een zaal