Door:

Annemarie Oster

Annemarie Oster

‘Ik haatte kunst! Dat geouwehoer…’

Kringprent van Jacinta Heijmans: Brainstorm
(geen foto's bij artikel)

Ooit had ze een afkeer van kunst – wat wil je ook, met een zelfvoldane kunstschilder als vader. Maar op haar 44ste ging Jacinta Heijmans alsnog zelf schilderen, geïnspireerd door primitieve Haïtiaanse kunst. Jacinta maakte de nieuwe Kringprent, Brainstorm, die nu te koop is. Annemarie Oster interviewde haar over haar werk én haar leven.

Brainstorm, de nieuwe Kringprent van Jacinta Heijmans

Mijn eerste ontmoeting met kunstenares Jacinta Heijmans dateert van enige tijd geleden. Wanneer dat precies was verklap ik niet, want voor je het weet word je voor oud wijf versleten. En daar zit niemand op te wachten. Wij zelf wel in de laatste plaats.

Ter zake. Destijds presenteerde Jacinta Heijmans modeshows van couturier Max Heijmans. Gek genoeg geen familie. Ladyspeaker heette die functie toen. Maar ladylike… Jacinta? Nou nee. Toen al niet. In haar petite robe noir, met een sluier ravenzwart haar en melancholieke maar ook stoute ogen, leek ze zo weggelopen uit Saint-Germain-des-Prés. Geen groter contrast dan tussen dit non-conformistische artiestenkind en Max’ mannequins in dameskleren.

Jacinta: ‘Max zei altijd: ”Jacintje is mijn enige echte nichtje.” Hij bevaderde me, was overbezorgd: “Nee, Jacintje, jij geen champagne.“ Hij was een vriend van mijn ouders. Mijn eerste herinnering - ik zat nog op de lagere school - was dat hij bij ons binnenkwam en riep: “O, jongens, dit gaat helemáál niet!” En dat hij alle meubels ging verplaatsen. Vanaf het moment dat ik naar Amsterdam mocht, ging ik naar hem toe. Eerst paste ik op de zaak, hielp met het kleden van de mannequins en op een gegeven moment ben ik voor een andere ladyspeaker ingevallen. Dat ben ik twintig jaar blijven doen.’

‘En toen wijdde je je volledig aan de schilderkunst?
‘Nou, niet helemaal. In een vorig leven, vóór die vermaledijde corona, werkte ik als gids in Nederland, op bussen, in rondvaartboten. En later als tour guide op Europatours.’

Hoe kwam je aan die knowhow?
‘In de jaren 60…’

Niet al te expliciete jaartallen svp!
‘Nee, haha, nou ja, vroeger dan. Die expertise pikte ik op van collega’s. En van chauffeurs leer je ook veel. Verder heb ik een hele dikke duim. Als de toeristeningewikkelde vragen gingen stellen, kwam die duim goed van pas.’

Was je toen algoed van de tongriem gesneden? Ook in het Engels?
‘Die toeristen zeiden wel eens “very interesting”, maar vooral (met Amerikaans accent) “vèry entertaining”.’

Zijn je schilderijen ook ‘entertaining’?
‘Ja ik geloof het wel. Jong, oud, iedereen ziet er van alles in.’

Is het allemaal abstract?
‘Nee. Kunsthistorici noemen het magische kunst. Het heeft links met kindertekeningen en primitieve kunst. Het zijn imaginaire maar wel herkenbare voorstellingen.’

Heb je altijd al geweten dat je…
‘NEE! Zeker niet. Ik haatte kunst. Omdat mijn vader kunstschilder was. Dat geouwehoer, niet over kunst in het algemeen maar vooral over zijn kunst, dat gesjouw met die doeken, bah! Toch heb ik ooit wel getekend. Maar dat talent werd door mijn vader in de kiem gesmoord. Ik kan me herinneren van de lagere school dat ik een tekening had gemaakt en dat mijn moeder die op de schoorsteenmantel had gezet. Mijn vader kwam binnen en riep: “Wat is dit?! Er is hier maar plaats voor één kunstenaar! Weg ermee!”

Je was vast dol op je vader!
‘NEE! (na een stilte:). En afgezien van deze weinig opbouwende pater familias kwamen er ook zoveel andere gekken bij ons over de vloer. Al die Haarlemse kunstenaars, wij woonden in Aerdenhout. (excuserend:) In een achterafstraatje, hoor. Frans Verpoorte, Kees Verkade, Poppe Damave, Wim de  Haan, Anton Heyboer…’

Oh?!
‘Ja, dat was een huisvriend.’

Ook zo’n ouwehoer?
‘Ik was ontzettend verliefd op hem toen ik zo’n jaar of 12, 13 was.’

Dus hij had je zo bij zijn harem in kunnen lijven!
‘Daarvoor was ik gelukkig te jong. Maar het was een ontzettend charismatische man met een prachtige stem. Iedere keer als hij bij ons kwam aanzetten met weer een nieuwe vrouw, ging dat vergezeld van een nieuwe auto.’

Dat kon hij zich natuurlijk ook veroorloven.
‘In het begin had hij geen rooie cent. Dan nam hij voor mijn moeder altijd een ets mee.’

Heb je die nog?
‘Helaas heb ik die in een mindere periode verpatst. Doodzonde. Wel heb ik later werk van hem gekocht.’

Genoeg over andermans werk. Wanneer ben je nou gaan schilderen?
‘Op mijn 44ste. Het gekke is: op dezelfde leeftijd als mijn vader toen hij begon. Ik was bij mijn beste vriend Rob Hoeke, de boogie-woogie en rhythm-and-blues-pianist, van wie de ouders en broer waren overleden. Op een gegeven moment zei hij: “Als er een heldere sterrenhemel is, kijk ik naar boven en zie daar ma, daar pa en daar Jan.” En in een flits verscheen hiervan een schilderij in mijn geestesoog. Ik ga schilderen, dacht ik en zo geschiedde. Er was een luikje opengegaan.’

Welk materiaal gebruik je?
‘Acryl, altijd acryl. Ik maak eerst een tekening, met potlood of houtskool en dan ga ik schilderen.’

Waar haal je je inspiratie vandaan?
‘Ik heb veel gereisd, ben op Haïti geweest waar ik heb gewerkt voor een galerie met primitieve Haïtiaanse kunst. Ik denk dat ik daardoor ben geïnspireerd. Ik heb een tijd in India gezeten, in Thailand, in Turkije, Marseille. Maar op de een of andere manier heeft die kunstzinnige opvoeding toch ook invloed gehad: doordat ik altijd mee moest naar die musea en tentoonstellingen en met al die schilders bij ons thuis. Bovendien was de vader van mijn kinderen, dr. Louis Gans, kunsthistoricus en hoofdconservator van het Stedelijk Museum onder Sandberg. Van hem heb ik toch ook wel wat opgestoken.’

En in je onderbewustzijn opgeslagen.
‘Dat denk ik wel ja.’

Begon je toen je het licht had gezien als een bezetene te schilderen?
‘Ja, ongelooflijk. Niet te stoppen. Het ging maar door. Heel veel verkocht.’

Veel exposities?
‘Ja, nogal. De eerste was bij Joop Braakhekke. Die modeshows bij Max Heijmans vonden vaak plaats in Joops restaurant Le Garage. Ik was drie maanden aan het schilderen geweest en liet Joop en zijn vriend het resultaat zien en die waren meteen enthousiast. De expositie werd geopend door Hans Gruijters (D66-politicus van het eerste uur). De eerste die binnenkwam, die nooit ergens naar toe ging, want hij was zo asociaal als de pest, was Max Heijmans. Als een trotse vader liep hij met mijn moeder rond. Een van mijn laatste exposities was in de Stopera, geopend door Cees Dam. En daar tussendoor... Ach, te veel om op te noemen.’

Nu over de Kringprent. Want daar gaat het tenslotte om. Het origineel is een schilderij, ook weer in acryl. Hoe heet zo’n druk?
‘Een piëzografie, de vervanging van de zeefdruk. Bernard Ruigrok doet dat. Fantastisch. Je ziet de structuur van de verf.’

Hoe vind je het dat die prent binnenkort in menig huiskamer komt te hangen?
‘Hartstikke leuk natuurlijk. Er gebeurt weer eens wat in deze barre tijden.’

Ook dit werk is dus niet abstract. Kun je een beetje uitleggen wat erop staat?
‘De titel is Brainstorm. Die onderste rij zijn hoofden en verder bestaat het werk uit drie lagen: het verleden, het heden en de toekomst.'

Hoe groot is de oplage?
‘Twintig.’

Eigenlijk te weinig.
‘Ja hè…’

Tot slot een paar vragen bedacht door de schrijver Marcel Proust. Met schilderkunst hebben ze niks te maken, maar misschien leren we Jacinta hierdoor een beetje beter kennen.

Gelooft u in God?
‘NEE, zeker niet!’

Welke karaktertrek vindt u irritant van uzelf?
‘Geen geduld.’

En van anderen?
‘Gezeik.’

Wat is voor u volmaakt geluk?
‘Mijn kleinzoon Benjamin. Eh, Kwekkie.’

Kwekkie?!(deze vraag is niet van Proust)
‘Zo noem ik hem.’

?
‘Gewoon, omdat hij Kwekkie is.’

De Kringprent van Jacinta is nu te bestellen via info@kring.nl. De Kringprent kost 220 euro en wordt in een kleine oplage van 20 stuks verkocht. Elke Kringprent wordt genummerd en gesigneerd.

Ontdek het Restaurant
Feestje? Huur een zaal