Door:

Renée Simons

Renée Simons

Reis door het universum van Bob Bunck

Kringprent
(geen foto's bij artikel)

De vierde kringprent van 2022 werd geborduurd naar een idee van kringlid Bob Bunck(1950). Twee bloeiende meisjes tussen bloeiende bloemen: blote voetjes, witte boezelaars, een strohoed met een roze lint. Een poëzieplaatje om bij weg te dromen.

Niet als het aan de kunstenaar ligt: de zin die hij in brutale rode letters boven de droomstertjes liet borduren gaat ergens anders over dan de beschroomde prins die op een dag…

Wisten die nimfijntje uit de tijd van Ot en Sien dat er zoiets als seks bestond?
Bob: ‘Natuurlijk, dat is van alle tijden. Dergelijke fantasietjes gedijen juist in de veilige intimiteit van zo’n hechte meisjesvriendschap. Het eigenlijke thema van dit werk is intimiteit. Niet de intimiteit van seks, maar van een innige vriendschap tussentwee leden van hetzelfde geslacht.’

Toch is het ontregelend: het botst.

‘Dat is het mooie, het fijne aan kunst. Je kunt alles vormen, maar ook vervormen, dingen laten botsen. Die vrijheid heb je. En vrijheid is waarvoor ik koos toen ik besloot zelfstandig kunstenaar te worden. Ik was succesvol fotograaf, werkte bij een bekend fotobureau, had exposities, kon mededirecteur worden van het bureau… Maar ik was zeventwintig en wilde niet vast zitten in dat leven.’

Was je opgeleid tot fotograaf?
‘Mijn vader was fotograaf, ik was als kind altijd bij hem in zijn donkere kamer. Toen ik naar de middelbare school ging, kreeg ik zijn oude camera. Dat bleek een magisch middel om leuke meisjes mee te vangen, zij het alleen in beeld. Maar de hang naar magie heeft me nooit verlaten. Toen ik de stap maakte naar het vrije kunstenaarschap wist ik één ding zeker: mij niet laten vastpinnen, geen herkenbaarheid genereren door een bepaalde techniek, stijl of onderwerp. Bepalen is beperken, en dat kan niet de bedoeling zijn van het kunstenaarschap. Mijn geest moet vrij kunnen waaien, vrij kunnen reizen naar waar de inspiratie mij drijft. Dat betekent niet sjoemelen met mijn ideeën.'

Wat is daar magisch aan?
‘Als een idee zich aan mij openbaart, wil ik het uitvoeren, in welke techniek of materiaal ook. En dat proces vind ik nog steeds magisch. Ik zie mijn atelier als broedplaats van het magisch proces: het heet niet voor niks ‘De Droomsalon.’'

Dit vrijheidsideaal leverde in vijfenveertig jaar kunstenaarschap een zeer gevarieerd oeuvre op: fotografie, collages, painted photographs, installaties, stalen beelden, monumentaal werk, de beroemde roesttram die 10 jaar door Amsterdam reed, Land-art, gobelins, borduursels, collages…
Zoals veel kunstenaars is Bob een verzamelaar. Wat hij vindt neemt hij mee, laat zich erdoor inspireren, geeft er een nieuw leven aan: dingen uit containers, obscure winkeltjes, rommelmarkten: oude regenjassen, foto’s, sloophout, schaakborden, gobelins…

De Droomsalon is moeilijk te verwarmen, maar dat geeft niet. Bob schenkt hete thee en er is genoeg te zien en te horen. Het staat, ligt, hangt vol met artistiek gerecycled materiaal. De interviewer van dienst zal zich moeten beperken. Jammer, want bij vrijwel alles hoort een interessant verhaal. Zoals bij de roesttram met de geheimzinnige Griekse letters die hem op Kreta een heldenstatus opleverde. Tien jaar lang had Bob daar een atelier in het plaatsje Paleochora, zijn beeld ‘De reizigers’ is daar een echt landmark.

De reizigers

Ik verman me, misschien kunnen we het daarover hebben bij de uitreiking. Terug naar de geborduurde drager van de kringprent.

Wat is het verhaal achter de kringprent? Vond je die ook op de rommelmarkt?

‘Zeker niet! Daar heeft een lieve mevrouw twee maanden lang op zitten borduren. Kruissteekjes van het fijnste soort, bijna onzichtbaar! Daar is Hammie heel goed in want ze doet niets anders: als haar man om half negen de deur uit gaat begint zij te borduren, en gaat er, met een kleine onderbreking voor de lunch, mee door tot hij weer thuiskomt om half vijf. We kennen elkaar al jaren, daarom doet ze dit voor me. Anders was het niet te betalen!’

Hij toont me een lapje met een zwart-witte voorstelling. Ik herken de foto die op de homepagina van zijn website staat, nu zie ik pas dat het geborduurd is.

Bob: ‘Ooit kreeg ik dit met de post. Mijn eigen kop inkruissteekjes naar een foto van Ferry André de la Porte. Die had ze van Facebook. Met de computer kan je elke beeld omzetten in een borduurpatroon. Neem de voorstelling van de kringprent: dat is een schilderij van ene Blommers, een tijdgenoot van Josef Israels en Jacob Maris.’

Heb je daar zelf een borduurpatroon van gemaakt?
‘Niet nodig: de voorstelling werd vaker gebruikt als borduurpatroon. Jaren geleden kocht ik op een rommelmarkt een borduursel met precies dezelfde voorstelling, alleen met grovere steken geborduurd. Daarvan heb ik de achterkant gebruikt met dezelfde tekst erboven. Zodra ik die exposeerde in een galerie werd hij verkocht. Hop weg! Toen ik het schilderij eens terugzag in een catalogus, liet ik er nog een maken door mijn borduurmevrouw, maar dan in de hoogste moeilijkheidsgraad. Het zijn piepkleine steekjes! Deze verkoop ik niet. Nooit! ’

Geen poëzieplaatje dus, maar een echte Bernard Blommers, de zonnigste schilder van de Haagse school. Bob geeft toe dat hij zich zeer aangetrokken voelt tot de klassieke 19 eeuwse salonschilders zoals Bouguereau, Alma Tadema, zoetelijk, aalglad, maar wonderschoon en van een geweldig vakmanschap. Fragmenten daarvan gebruikt hij in zijn collages op sloophout en schaakborden. Steevast zet hij de voorstelling op losse schroeven of op scherp met iets onverwachts: een bloedrode driehoek, een zwarte cirkel, een reeks rechthoeken, een ontwrichtende tekst. Collages op sloophout, er is een hele muur mee versierd: Utopia heet de verzameling.

Over Utopia gesproken: voordat hij met borduursels ging werken verzamelde hij gobelins, machinaal geweven pastorales van herders en herderinnetjes; galante feesten met kastelen op de achtergrond en cherubijntjes in de lucht. Op deze idylles liet hij erotisch geladen zinnen borduren uit populaire 20e eeuwse popsongs van de twintigste eeuw: Are you lonesome tonight? ; Let me tell you about the birds and the bees… Onschuldig genoeg maar de combinatie van 20e eeuwse romantiek met die van de 18e eeuw zet je aan het denken: wat ging er werkelijk om in de hoofden van die herderinnetjes?


Wat wordt je volgende project?
Bob toont me de aankondiging in de vorm van een leporello, ontworpen door kringlid Willem Morelis. Op de voorkant een foto van filmtheater De Uitkijk met de aankondiging: Bob Bunck, The Movie. Subtektst: The movie of my dreams, the story of my life?

Alles moet kunnen, dus nu een film? Een documentaire?
‘Mis! Een tentoonstelling! In Arti. Afgelopen zomer had ik daar ook een tentoonstelling: Les Muses, collages op schaakborden: mooie vrouwen gecombineerd met abstracte elementen. Het was heel succesvol.
Wat de volgende tentoonstelling wordt? Kom zelf maar kijken! Arti Artspace: van 28 november tot en met 2 december 2022.’

Wat is het verbindend element in je kunst?
‘Mijn werk gaat alle kanten op. Juist omdat ik open wil staan voor alles wat mij inspireert. Maar weet je wat bijzonder is? Ik hoor vaak van kennissen dat ze werk van mij hebben zien hangen. Als ik vraag hoe ze wisten dat het van mij was, zeggen ze: dat zien we zo. Blijkbaar is dat toch zoiets als ‘mijn hand’. Dat doet mij plezier. Dat ik, zonder mij vast te leggen, zonder te focussen op herkenbaarheid, toch zichtbaar ben. Die zichtbaarheid is het verbindend element.’

Je kunt de Kringprent van Bob nu al te bestellen via administratie@kring.nl. De Kringprent uitreiking vindt plaats op vrijdag 21 oktober, 18:00.

DROOMSALON– Valeriusschool, Des Préstraat 3
1075 NT Amsterdam Zuid
Mob. 06 180 430 35
Email:
bob@bobbunck.nl
www.bobbunck.nl

Het werk van Bob Bunck is opgenomen in diverse collecties onder meer die van het AMC en het Stedelijk Museum Amsterdam.
Hij exposeerde bij verschillende galeries en op kunstbeurzen. Ook minstens twintig keer op De Kring en bij verschillende gelegenheden samen met andere kunstenaarsleden van De Kring.

Ontdek het Restaurant
Feestje? Huur een zaal