Door:

Daan Doesborgh

Daan Doesborgh

Zoon van de kapper

Column
(geen foto's bij artikel)

Zoals beloofd ga ik het dit keer uitentreuren over de Italiaanse schilder Paolo Uccello hebben. In de vorige aflevering van de cursus hebben we geleerd dat Paolo Uccello letterlijk Paul Vogel betekent, dat hij een voorliefde voorvogels had en dat hij eigenlijk Paolo di Dono heette, een patroniem, want zijn vader heette Dono di Paolo en was kapper. We kunnen hieruit afleiden dat de grootvader van Uccello dus ook weer Paolo heette, en als er een greintje gerechtigheid is in de wereld (zal wel niet) moet Uccello zelf dan weer een zoon hebben gehad die Dono heette, wat ik overigens een mooie naam vind.

De eerste keer dat ik een schilderij van Uccello zag, was ik niet per se onder de indruk. Dat zit zo. Bij een ramsjwinkel, misschien wel De Slegte in Antwerpen, nee het was toch Scheltema geloof ik, kocht ik tegen beter weten in een lijvig boek over Sint Joris. In principe is het een geweldig idee natuurlijk, om een boek over Sint Joris te kopen, want het is een interessante heilige die me in mijn kindertijd al fascineerde, misschien is het zelfs wel mijn op een na favoriete heilige. In tegenstelling tot wat mijn bijdragen aan het parochieblad van de Nicolaasbasiliek doen vermoeden is mijn favoriete heilige niet Sint Nicolaas, maar Sint Christoffel, die staat afgebeeld op mijn fietsbel, opdat ik niet ten onder ga in het Amsterdamse verkeer.

Ik zeg toch dat ik het kocht tegen beter weten in omdat ik, voor mijn leeftijd, al een vrij lijvige bibliotheek bezit, en nog zo’n flinke turf over kunst en iconografie zou zomaar eens het boek kunnen zijn dat de skeletconstructie van mijn negentiende-eeuwse verdieping de genadeklap geeft (was niet zo, en sindsdien heb ik nog veel meer aankopen gedaan tegen beter weten in, waaronder een prachtige monografie over Brassaï, over wie we het de volgende keer gaan hebben). Het boek was bovendien lastig in te delen, want er staat een bonte mengeling van zowel hedendaagse als historische kunst in rond de figuur Sint Joris.

En nu komt (eindelijk) Uccello uit de mouw: ik zag daar een schilderij waarvan ik dacht dat het wel een aardige sfeer had, voor een surrealist uit het begin van de twintigste eeuw, maar verder niet opmerkelijk per se. Tot ik las dat dit schilderij uit de vijftiende eeuw komt! Ik was met stomheid geslagen. Welke vijftiende-eeuwse schilder maakt zo’n modern surrealistisch schilderij, zo’n geabstraheerd landschap, zo’n Botero-achtig paard, met zulke gedempte, grijzige kleuren? Paolo Uccello, zoon van een kapper uit Pratovecchio.

Meteen de dikste monografie gekocht die ik kon vinden. Uccello is nu mijn favoriete Italiaanse schilder aller tijden, op de voet gevolgd door Carpaccio, die u waarschijnlijk alleen kent uit het Kringrestaurant (toch De Kring genoemd dit keer!), maar die ook hele mooie dingen heeft gemaakt - en naar wie zelfs een populair gerecht is vernoemd. Misschien wijd ik ooit nog wel eens een column aan Vittore Carpaccio (Victor dungesneden rauw vlees), maar volgende keer gaan we het dus over Brassaï hebben, de fotograaf van wie afgelopen zomer nog een geweldige tentoonstelling in FOAM te zien was, toen je nog naar musea mocht en aan weerszijden van je museumbezoek een glas kon drinken zonder dat je het zelf ook weer af moet wassen. Tot het weer zo ver is beloof ik met de regelmaat van de klok dit soort onsamenhangende columns in te leveren, die zijdelings over een bepaalde kunstenaar gaan. Hopelijk is de lockdown dus snel weer voorbij.

Ontdek het Restaurant
Feestje? Huur een zaal